De Nederlandse kunstschilder Jesse van Dun (Eindhoven, 1994) kiest er heel bewust voor om oeroude thema’s uit de Christelijke kunst in een eigentijds jasje te steken.


Eigenlijk verdiend hij een medaille voor moed, omdat hij zich anno 2020 aan een bewening en kruisiging van Christus waagt. Door met de christelijke symboliek aan de slag te gaan, schrijft hij zich in een heel lange traditie in, een traditie bovendien die een aantal van de meest iconische werken uit de schilderkunst heeft voortgebracht. Dat is zonder meer een gedurfde keuze. Wat de dringende vraagt oproept: hoe komt een jonge kunstenaar op het spoor van de klassieken terecht? Jesse van Dun is opgegroeid in een katholiek gezin uit Thorn, een gemeente net over de grens, tussen Maaseik en Roermond. Als gelovige christen kwam Jesse als vanzelf bij de klassieke thema’s uit. Hij is ervan overtuigd dat de verhalen uit het Oude en het Nieuwe Testament verborgen waarheden bevatten die in onze moderne maatschappijen vervaagd zijn of verloren zijn gegaan. En dus ging hij op zoek naar een manier om duidelijke verhalen te vertellen via de schilderkunst. Een reis naar Rusland en een avondje opera brachten de nodige inspiratie.

 

Tijdens een opvoering van ‘Mazeppa’ kreeg Jesse het idee om theater op doek te creëren. Zelf zegt hij: “De dynamiek van de opera intrigeerde me enorm en ik vroeg me af of ik die kon vertalen naar de schilderkunst. Toevallig was mijn promotor Pieter Mathyssen op dat moment onderzoek aan het doen naar de manier waarop Jean Auguste Dominique Ingres zijn schilderijen ontwierp. En daaruit bleek dat neoklassieke schilders sterk verbonden waren met de podiumkunsten van hun tijd. De manier waarop Ingres zijn schilderijen ontwierp, was heel waarschijnlijk sterk beïnvloed door de manier waarop een opera- of toneelregisseur zijn voorstellingen vormgaf. Niet veel later, bij het zien van een tentoonstelling over Caravaggio en Bernini in Amsterdam, werd het mij duidelijk dat niet alleen de 19de-eeuwers hier al mee bezig waren, maar ook de kunstenaars in de barok. Bernini was niet alleen beeldhouwer, maar ook acteur, regisseur en decorontwerper.”

David de Pooter, artist and artblogger for The Art Couch Magazine

The Italo-Dutch painter Jesse van Dun has studied and masterly emulated different art styles during his formative years. Particularly some of his earlier works are reminiscent of impressionism. Jesse came truly into his own through portrait painting, eclectic realist-surrealist paintings and above all religious art. Within all three genres his portraits of humans stand out for their ‘aesthetic realism’. Jesse has carefully studied human faces. He has a talent for highlighting individual characteristics without distracting from the overall expression. In Van Dun’s oeuvre humans are subjects not objects, which becomes clear from their genuine nature of facial expressions and body postures. 


His trademark is finding the equilibrium between realism and aestheticism or, to put it in different words, bringing to light both beauty and imperfection simultaneously (not unlike the Japanese concept of wabi-sabi). Van Dun has a particularly good eye for colours and how to combine them without overloading his paintings. His painting entitled “Adam en Eva” highlights the style and colour mélange that Jesse has perfected as a result of his immersion into studying art and by being embedded in his own faith and spirituality. The subliminal message of the subtle beauty on display provokes the viewer to muse on whether the painting represents ‘paradise lost’ or in fact ‘paradise found again.’ In his work “The Crucifiction of Christ” van Dun mystagocically introduces the viewer into the dualism between the transcendence of the Divine essence, represented by the dark tone of the background and the immanence of the crucified Christ, rounded off by the Trinitarian allusion of the halos. The clarity and simplicity of the tone and the realism of expression make it at the same time a sublimely aesthetical and genuinely devotional painting.

André Florin Wyss, Master in Euroculture and Theology

Het schilderen van Jesse lijkt zich zo meer en meer (bewust en onbewust) te ontwikkelen tot een getuigenis afleggen van een werkelijkheid die groter en sterker is dan hij zelf, maar waarin hij volledig is opgenomen. “In mijn schilderen gaat het niet om mij”, zegt Jesse, “maar om iets groters dan mijzelf.” Hij wil niet zichzelf afbeelden, maar iets groters vertellen, een werkelijkheid die hem transcendeert, en hij gebruikt daarvoor in deze post-moderne tijd – waarin men veelal aanneemt dat alle grote narratieven van onze geschiedenis dood zijn – een klassiek gelovige inhoud en vormentaal die in de Geistesgeschichte van het moderne Europa steeds meer toebehoort aan een steeds kleiner wordende subcultuur.

 

Dat Jesse niet zichzelf wil afbeelden en desondanks bij het afbeelden van de apostel Johannes zowel in de Calvariegroep als in zijn Paastriptiek een zelfportret maakt – en daarmee twee spirituele en picturale handtekeningen zet –  laat zien dat hij op zoek is naar een identificatie van zijn subject met het hem overstijgende en funderende narratief: Jesse’s persoonlijke plaats in de liefde-sterker-dan-de-dood.

 

Niettemin maakt Jesse zijn eigen interpretatie van het narratief en zijn picturale identificatie met de apostel en leerling Johannes ondergeschikt aan het funderende narratief. Dat blijft de prioriteit hebben. Het moge duidelijk zijn dat dit narratief geen dode tekst, geen verhaal uit het verleden, maar een scheppend gebeuren, een ‘paasgebeuren’, een ‘verrijzenis-dynamiek’. Zonder het misschien nog niet ten volle te beseffen, staat de schilderkunst/schilder bij Jesse in dienst van iets groters dan hij zelf. Hij is getuige van het overstijgende narratief van de Liefde als Leven, Verlossing, Bevrijding.

 

Nog vóór hij schilder is, blijkt Jesse aldus leerling te zijn van dit constituerende narratief, zoals Maria Magdalena ten eerste volgeling van haar Heer was; ook de apostel Johannes was, samen met Petrus, ten eerste leerling van hun Meester; zo ook waren later ook de Emmaüsgangers eerst en vooral leerlingen van het transcendente narratief bij uitstek: het Woord dat Leven is. En Jesse is in zijn nog korte carrière als schilder hard op weg om precies dit narratief aan het woord te laten:

 

“In het begin was het Woord…

en dit Woord heeft zijn tent opgeslagen te midden van ons…

en in Hem was het Leven”.

Ad Verest, Pastor Parochie Sint Petrus' Stoel te Antiochië